Onderzoeksmethode

Plan van aanpak: van deelvraag naar gegevens en analyse

Controleer of je plan van aanpak uitvoerbaar is. Verbind je deelvraag met gegevens, analyse en toegang, aan de hand van een uitgewerkt voorbeeld.

Illustratie van een open notitieboek met drie verbonden kaarten: een vraagteken, een gegevensrooster en een grafiek, naast een lege kalender.

‘Ik ga interviews afnemen en de resultaten analyseren.’ Die zin kan in je plan van aanpak staan terwijl nog onduidelijk is hoe je daarmee je deelvraag beantwoordt. Bij wie ga je welke informatie verzamelen? Wat ga je met die informatie doen? En welk antwoord kan dat opleveren?

Controleer daarom één deelvraag helemaal: van de informatie die je nodig hebt tot de analyse die je ermee wilt uitvoeren. Een ingevulde inhoudsopgave is daarvoor niet genoeg. Het UU-handboek voor Sociale Geografie en Planologie beschrijft een onderzoeksplan als een samenhangend en haalbaar geheel. Hieronder werk je die samenhang uit, met een voorbeeld waarin een logisch klinkende methode toch niet bij de vraag past.

Dit is een inhoudelijke controle naast het format van je opleiding. Onderdelen zoals aanleiding, literatuur en doelstelling blijven nodig als je opdracht daarom vraagt. We richten ons hier op de verbinding tussen vraag, gegevens, analyse en uitvoering bij empirisch onderzoek.

Begin bij het antwoord dat je zoekt

Neem dit verzonnen onderzoek als doorlopend voorbeeld. Een student onderzoekt de dienstverlening van een uitleenpunt voor camera's en microfoons. De opdrachtgever wil weten op welke momenten studenten lang wachten. Eén deelvraag luidt:

Hoe verschilt de wachttijd bij het uitleenpunt tussen de ochtend en de middag tijdens de onderzochte lesweken?

In de eerste versie van het plan staat: ‘Ik interview medewerkers over drukke momenten.’ Daarmee kun je verzamelen welke momenten medewerkers als druk ervaren. Maar je krijgt nog geen gemeten wachttijden waarmee je ochtend en middag vergelijkt. Een medewerker kan veel aanvragen verwerken terwijl iedereen snel geholpen wordt, of weinig aanvragen krijgen die elk veel tijd kosten.

Maak daarom eerst af: ‘Om deze deelvraag te beantwoorden, moet ik weten…’ Hier wordt dat: hoe lang bezoekers wachten, wanneer zij aankomen en tot welk dagdeel dat moment behoort. Die informatiebehoefte geeft richting aan de methodekeuze.

De interviews hoeven niet waardeloos te zijn. Ze kunnen helpen om het werkproces te begrijpen of mogelijke verklaringen te verkennen. Alleen vervullen ze dan een andere functie dan de wachttijdmeting. Benoem die functie in je plan, zodat niet iedere activiteit automatisch als antwoord op dezelfde deelvraag geldt.

Maak duidelijk wat je precies gaat vastleggen

‘Wachttijd meten’ is nog geen uitvoerbare instructie. Begint de klok wanneer iemand het gebouw binnenkomt, aansluit in de rij of aan de balie staat? En stopt de meting bij het eerste contact met een medewerker of pas wanneer de camera is meegegeven?

Voor deze oefening kiezen we: tijd vanaf aansluiten in de rij tot het begin van de hulp aan de balie. De afhandeling daarna valt erbuiten. Dat is een inhoudelijke keuze: je onderzoekt hiermee wachten vóór de hulp, niet de totale duur van een bezoek.

De UU-uitleg over data en operationalisering verbindt de keuze van methode en analyse met het soort gegevens en de onderzoekseenheden. In ons voorbeeld is één bezoek de eenheid waarvan je de wachttijd vastlegt. Je hebt per bezoek minimaal een aankomsttijd en een begintijd van de hulp nodig, plus een manier om beide tijden bij hetzelfde bezoek te houden.

Schrijf ook op hoe je ochtend en middag indeelt. Gebruik voor beide dagdelen dezelfde definitie van wachten. Anders kan een verschil in uitkomst ontstaan doordat je iets anders hebt gemeten. Leg vast welke dagen en tijdvakken je onderzoekt en waarom die passen bij je deelvraag. Eén rustige ochtend vergelijken met één uitzonderlijk drukke middag rechtvaardigt nog geen uitspraak over alle ochtenden en middagen.

Een praktische controle is om vooraf een leeg registratieblad te maken. Welke kolommen heb je nodig? Kun je daaruit terughalen wat elke rij voorstelt? Houd daarbij de gegevens- en toestemmingsregels van je opleiding aan; dit voorbeeld is geen toestemming om bezoekers te registreren.

Probeer je analyse voordat je gegevens verzamelt

Je hoeft nog geen uitkomst te kennen om de bewerking te kunnen beschrijven. In dit geval bereken je voor ieder geregistreerd bezoek het verschil tussen de twee tijden. Daarna groepeer je de wachttijden volgens de afgesproken dagdelen en vergelijk je ze op een vooraf onderbouwde manier.

Met verzonnen oefentijden kun je controleren of je registratie daarvoor werkt: aankomst om 10.05 uur en start van de hulp om 10.13 uur geven acht minuten wachttijd. Staat in het beschikbare systeem alleen dat een camera om 10.20 uur is uitgegeven, dan kun je daaruit die acht minuten niet afleiden. Je mist het begin van het wachten én het begin van de hulp.

Dit kleine rekenvoorbeeld kan een groot gat in het plan zichtbaar maken. ‘We gebruiken de uitleenadministratie’ klinkt concreet, maar die administratie is alleen bruikbaar als zij de benodigde informatie bevat. Controleer dus de betekenis van de velden, niet alleen of er een bestand bestaat.

Bepaal vervolgens wat je vergelijking moet laten zien. Alleen een gemiddelde noemen kan relevante verschillen tussen korte en lange wachttijden verbergen. Denk daarom ook na over de spreiding, de aantallen bezoeken per dagdeel en hoe je omgaat met ontbrekende tijdstippen. Welke beschrijvingen of statistische toetsen passend zijn, hangt af van je ontwerp en gegevens; deze oefening schrijft daarvoor geen universele keuze voor.

Er is bovendien een grens aan de vraag. Een verschil tussen dagdelen laat op zichzelf niet zien waarom dat verschil bestaat. Voor een verklaring over personeelsbezetting of ingewikkelde aanvragen heb je aanvullende informatie en een passend ontwerp nodig. Voeg die verklaring niet ongemerkt toe aan een plan dat alleen wachttijden vergelijkt.

Plan toegang vóór de verzameling

Zelfs een passende meetmethode kan onuitvoerbaar blijken. Misschien mag je niet bij het uitleenpunt observeren, ontbreken tijdstempels in de administratie of valt je meetperiode samen met een sluitingsweek. ‘Week drie: data verzamelen’ lost dat niet op.

De UU-richtlijn voor thesisbegeleiding adviseert de aanpak, benodigde gegevens en haalbaarheid al in de voorbereiding concreet te maken. Zet daarom in je planning eerst het moment waarop je vaststelt of je de vereiste gegevens kunt verkrijgen. Plan ook de voorbereiding van je registratie, eventuele beoordeling of toestemming en een proef met het instrument voordat de volledige verzameling begint.

Voor het uitleenpunt kan dat betekenen: eerst laten bevestigen welke tijdstempels beschikbaar zijn en wat die betekenen. Ontbreken ze, dan moet je vóór de meetperiode beslissen of een toegestane eigen meting haalbaar is. Reserveer tijd om die aanpak uit te werken; zet haar niet neer als een alternatief dat vanzelf geregeld is.

Is meten niet mogelijk en kun je alleen interviews doen? Dan kun je niet dezelfde wachttijdvraag laten staan. Een vraag naar ervaren knelpunten is een andere vraag, met een ander soort antwoord. Bespreek zo'n wijziging volgens de procedure van je opleiding en pas ook je doel, methode en beoogde conclusie aan. Meer interviews compenseren niet automatisch voor ontbrekende metingen.

Leg één deelvraag naast je plan

Je kunt de controle nu voor je eigen onderzoek doen. Schrijf de volgende vijf zinnen onder elkaar en vul ze concreet in:

  • Ik wil weten: de deelvraag die je daadwerkelijk gaat beantwoorden.
  • Daarvoor heb ik nodig: welke informatie, over welke eenheden en binnen welke periode.
  • Die informatie verkrijg ik door: de methode, bron of registratie, met de benodigde toegang.
  • Vervolgens doe ik ermee: de bewerking of vergelijking waarmee je tot een antwoord komt.
  • Voordat ik begin, moet vaststaan: welke onzekere voorwaarde je wanneer controleert en wat je bij een tegenvaller opnieuw moet beslissen.

Lees daarna terug van onder naar boven. Levert je gekozen bron de benodigde informatie? Kan de geplande analyse met die informatie worden uitgevoerd? En beantwoordt de uitkomst nog de deelvraag bovenaan?

Waar je een verbinding niet kunt uitleggen, zit werk aan je plan. Maak precies die beslissing concreter voordat je extra activiteiten toevoegt of de planning verder inkleurt.

Bronnen